Keyboard, Manufactors, Woodwind

Josephus Superius me fecit

  Gallery

Op 8 januari bracht ik een bezoek aan het huis van Jef Van Boven, aan de rand van het natuurgebied ‘de Oude Landen’ in Ekeren.

Jef Van Boven heeft muzikaal een merkwaardig parcours afgelegd. Hij is fluitist en instrumentenbouwer, waarbij de vraag open blijft waarmee hij zich vandaag het meest identificeert.

Hij studeerde in zijn jonge jaren fluit aan de Conservatoria van Antwerpen en Brussel en behaalde met glans de nodige eerste prijzen. Van 1972 tot 1974 was hij als fluitist verbonden aan de Muziekkapel van de Rijkswacht. Daarna werd hij leraar fluit en samenspel aan de academie van Ekeren.   Hij richtte tal van ensembles op en dirigeerde ‘het Groot Harmonie Orkest’ dat hij in 1981 oprichtte. Hij maakte ooit verschillende tournee’s met de pianist François Glorieux.

En toen vond Jef Van Boven de weg naar de historische uitvoeringspraktijk.

Hij speelde kamermuziek met zijn Böhmfluit, en dikwijls repertoire met klavecimbel. Omdat klavecinisten soms moeilijk te vinden waren, bedacht Jef dat het misschien wat gemakkelijker zou gaan indien hij een eigen instrument kon ter beschikking stellen.

En zo bouwde hij in 1995 zijn eerste klavecimbel, op basis van een bouwpakket naar een kopie van Albert Delin.

Jef Van Boven heeft de smaak te pakken en gaat zich verder bekwamen in het centrum voor muziekinstrumentenbouw te Puurs.

Al spoedig volgt een spinet, en dan nog een klavecimbel naar Andreas Ruckers. En Jef weet van geen ophouden, want hij begint onmiddellijk aan een nieuw instrument, naar H. Hems. Er volgen nog een virginaal-muselaer naar Ruckers, een spinet naar Delin, een Vlaams klavecimbel naar Ruckers (Zuckermann).

Het koninginnestuk bouwt Jef Van Boven in 2006 : een Moeder en Kind virginaal –muselaer naar Andreas Ruckers. Het wordt door de bezoekers van de erfgoeddag in Ekeren promt gekozen tot erfgoedstuk. Maar er volgt ook internationale erkenning : Jef Van Boven mag zijn instrument voorstellen op de internationale klavecimbeldagen van de Lizt Academie in Boedapest. Het instrument is te beluisteren op verschillende concerten en het wordt met grote waardering bespeeld door Bob Van Asperen, Kenneth Weiss, Guy Penson en Ewald Demeyere.

Nog is Jef niet uitgebouwd. In 2008 bouwt hij nog een klavecimbel naar Delin. De reconstructie die hij maakt van het vroegste clavisimbalum van 1440 gebeurt op basis van een manuscript van Arnaut Van Zwolle. In 2013 wordt nog een klavecimbel toegevoegd aan zijn ‘stal’.

Gaandeweg ontstaat een indrukwekkende discografie bijeengespeeld door klavecinisten die allemaal de kwaliteiten van zijn instrumenten weten te waarderen : Ludmila Tschakalova , Christophe Bursens, Guy Penson, Patrick Denecker, Tore Tom Denys, Ewald Demeyere, Mario Sarrechia en Korneel Bernolet hebben samen een tiental opnames gerealiseerd.

Dat Jef Van Boven gewaardeerd wordt als bouwer, blijkt ook uit het bezoek dat hij kreeg van Cees Steeg en Jan Bouterse voor het Jubileumnummer van ‘De Bouwbrief van 2013’. Dit resulteerde in een prachtig en uitvoerig artikel dat ik hier maar dunnetjes overdoe.

Maar Jef Van Boven was toch fluitist ?

Het bouwen van een klavecimbel leverde grote voldoening, het werd zelfs een passie, maar waar was het ook weer allemaal om begonnen ?  Het spelen van kamermuziek met Böhmfluit. Het zal de lezer opgevallen zijn dat Jef Van Boven, als bouwer gekend onder het Latijnse pseudoniem Josephus Superius, geen man is van het halve werk.   Hij had al in de jaren ’70 – als één van de weinigen – een houten böhmfluit maar was toch niet tevreden over de balans bij het samenspelen.

Dus kon het niet anders of in 2004 ging Jef op zoek naar een traverso-leerkracht. Hij koos voor Joris Van Goethem, in de academie van Beveren, een leraar die ook blokfluit gaf.

Jef Van Boven was en is gepassioneerd door de bijzondere klank van instrumenten. Voor elk repertoire kiest hij bewust een instrument. En hij breidt zijn repertoire graag uit. Zijn collectie instrumenten (klavecimbels én fluiten) is dan ook navenant.

Hij wordt een graag geziene gast bij Alain Weemaels, maar heeft ook instrumenten van Jan De Winne,   Rudolf Tutz, Fridtjof Aurin, Tardino, …   en onlangs kocht hij een instrument van Boas Burney toen die in Brussel was. En al deze instrumenten worden uitstekend verzorgd. De doosjes maakt Jef zelf. En amandelolie houdt de instrumenten in conditie. `Zelf fluiten bouwen ziet hij voorlopig niet zitten.

Inmiddels is Jef Van Boven dus ook een actieve traversospeler, die af en toe duo vormt met Pauline Bergsma, maar in verschillende andere formaties te horen is. Hij schuwt het niet om aan re-enactment te doen, en historische dans te begeleiden.

En als bouwer heeft Jef ook nog ambities : Vandaag werkt hij aan een kistorgel waarvan hij de bouwtekeningen via Huismuziek kocht.   Samen met Peter Hoogerheide werden de plannen wat bijgestuurd, en nu buigt Jef zich erover om dit instrument tegen kerstmis 2015 klaar te hebben.

Hij kan het zich al helemaal voorstellen, hoe de mooie warme klank van de cello van zijn vrouw Hilde, extra diepte krijgt door de tonen van het kistorgeltje, en dat bij een mooie partituur van Haendel …

ps. Jef Van Boven is op 15 februari 2015 om 15:00 te horen met het Antwerps Barokensemble in de Begijnhofkerk Sint-Catharina, Rodestraat 39 te Antwerpen met werken van o.a. Telemann, Vivaldi, Philidor, Signorelli en Boismortier (meer info op www.gevoeligesnaar.be)

 

, , , , , , ,

By



Leave a Reply

Your email address will not be published.