Stralende Strijkers uit de Lage Landen


Een blik in de Il Fondamento-keuken

Ooit afgevraagd waarom musici voor bepaald repertoire kiezen? Waarom investeren sommige orkesten in minder bekend werk terwijl de meerderheid op veilig speelt? En welke weg vervolgt een herontdekte partituur naar haar wereldpremière in moderne tijden? Op al deze vragen krijg je een antwoord op vrijdag 23 oktober 2015. Die dag houdt Il Fondamento een ‘lecture recital’. Al repeterend worden je met klank, tekst en uitleg inzichten verschaft in de wondere wereld van de Oude Muziek van eigen bodem.

Met ‘Stralende Strijkers uit de Lage Landen’ bereidt Il Fondamento een unieke productie voor. Onder de hoede van concertmeester Dirk Vandaele brengt de veelgeprezen strijkerssectie van Il Fondamento een eigenzinnige bloemlezing uit de achttiende-eeuwse concertoliteratuur uit de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden. Er bevinden zich parels onder dit zelden gehoorde repertoire, en aan sommige daarvan kleven heel bijzondere verhalen!

Neem nu de Concerti armonici (1740), die de Haagse graaf Unico Wilhelm van Wassenaer (1692-1766) in volstrekte anonimiteit uitgaf. Omwille van hun hoogstaande stemvoering werden Wassenaers concerto’s lang aan Händel en andere grootmeesters toegeschreven. Igor Stravinsky meende zelfs Pergolesi te citeren toen hij materiaal aan de Concerti armonici ontleende voor zijn Pulcinella (1920). Pas in 1980 openbaarde Albert Dunning de ware identiteit van hun maker.

Andere histories hangen samen met de carrières van de Brusselse kapelmeester Petrus Hercules Brehy (1673-1737), of van Willem De Fesch (1687-1757). Deze man uit Alkmaar vertoefde in Amsterdam en Antwerpen alvorens naar Londen te verkassen, waar hij met Farinelli en Händel speelde. Rotterdammer Pieter Hellendaal (1721-1799) bevond zich zowaar in Händels orkestbak toen zijn Six Grand Concertos opus 3 (1758) aan de wereld werden losgelaten.

Tijdens de barok bevonden zich ook talrijke Italiaanse musici in onze contreien. Evaristo Felice Dall’Abaco (1675-1742), Pietro Antonio Locatelli (1695-1764) en Giuseppe Sammartini (1695-1750) zijn drie van de vele expats die in Brussel, Amsterdam en elders hun brood verdienden met hun welluidende darmsnaren. Van Sammartini presenteert Il Fondamento een heuse wereldpremière: de ouverture voor Lucio Papirio (1728), één van de weinige Italiaanse opera’s die in de achttiende-eeuwse Munt gehoord werden. Kersvers artistiek directeur Bruno Forment legt je graag uit hoe hij tot deze ontdekking kwam en het ‘Stralende Strijkers’-programma bedacht.

|||::
3000 Leuven, Tiensestraat 41